Brief aan Mark Rutte

In een open brief roepen 142 fractievoorzitters premier Mark Rutte op gemeenten beter te helpen de vluchtelingenopvang te organiseren. De schrijvers zoeken samenwerking omdat zij het beste willen voor hun gemeente en daarbij oplopen tegen de Rijksoverheid.

De fractievoorzitters komen uit het hele land, van Groningen tot Maastricht, van Amsterdam tot Breda en zijn afkomstig van 6 landelijke en meerdere lokale politieke partijen. Initiatiefnemer Pepijn Boekhorst (fractievoorzitter GroenLinks Nijmegen): “Het wordt de hoogste tijd dat we meer gaan merken van onze premier. In onze gemeente willen we de vluchtelingenopvang goed regelen. Dat gaat nu moeizaam, we hebben het leiderschap van premier Rutte nodig!

Hieronder staat de complete tekst van de brief (of download de brief als pdf ).

Waar is Mark Rutte?

Het afgelopen half jaar hebben veel gemeenten zich ingezet voor de opvang van vluchtelingen. Ook de gemeenten waarin wij raadslid zijn. We waren daarom aanwezig op inspraakavonden en discussieerden op verjaardagen en in de sportkantine. We staken onze nek uit op social media en op wijkbijeenkomsten. Sommige van onze wethouders en burgemeesters werden bedreigd en soms wijzelf ook. We ontmoetten de afgelopen maanden stadgenoten die zich willen inzetten voor mensen die op de vlucht zijn. En stadgenoten die zorgen hadden. Er zijn makkelijkere tijden om raadslid te zijn.

Het afgelopen half jaar hebben we Mark Rutte, de premier van alle Nederlanders, niet of nauwelijks gehoord. We hoorden hem niet toen bewoners in onze gemeente uitgescholden werden. We zagen hem niet toen onze noodopvang of AZC opende of er problemen waren. En hij luisterde samen met staatssecretaris Dijkhoff veel te weinig naar gemeentelijke wensen om de vluchtelingenopvang beter te organiseren. Het wordt de hoogste tijd dat we meer gaan merken van onze premier.

Want een premier hoort er te zijn voor alle inwoners in het land. En daarmee ook voor alle raadsleden, ongeacht de partij waarvan ze lid zijn. Juist bij een belangrijk, ingewikkeld en beladen onderwerp als vluchtelingenopvang moet partijpolitiek er niet toe doen. De fractievoorzitters die deze oproep onderschrijven, zijn het ook niet op alle punten helemaal eens. Maar wij willen simpelweg het beste voor onze gemeente. Daarom vijf concrete verzoeken aan de premier om ons te helpen de komende tijd. Vijf verzoeken, vanuit onze lokale kennis en ervaring. Gebaseerd op onze contacten met vrijwilligers, officiële instanties en vluchtelingen zelf

1. Snelle en toegankelijke taallessen zijn goed voor vluchtelingen en onze gemeente. Zodat omwonenden en bewoners van een opvanglocatie een praatje kunnen maken. Of zodat de wijkagent kan uitleggen dat we in ons land alleen fietsen op een fietspad. Iedereen weet dat taal van wezenlijk belang is om volwaardig mee te doen aan onze samenleving. Helaas belemmert het Rijksbeleid vluchtelingen onze taal te leren. Dat zouden we graag anders zien.

2. Wij vinden het belangrijk dat de mannen en vrouwen die in hun thuisland chirurg, metselaar of boekhouder waren, aan de slag kunnen met werkcursussen en een opleiding. Zodat ze zich voorbereiden op een toekomst als nieuwe Nederlander met een betaalde baan. Als gemeente voelen we er niks voor jarenlang uitkeringen te verstrekken aan mensen die willen en kunnen werken maar nog niet de juiste papieren hebben. Het Rijk kan dit voorkomen door ons als gemeente de ruimte en de financiën te geven, mensen aan het werk te helpen.

3. Voor onze nieuwe stadgenoten is het allerbelangrijkste om snel duidelijkheid te hebben over hun toekomst. Of ze nu mogen blijven of terug moeten naar hun land van herkomst. Het is voor een mens, in welke omstandigheid dan ook, belangrijk om perspectief te hebben. In onze gemeente merken we dat 15 maanden wachten voor niemand goed is. Het zorgt voor verveling met alle problemen van dien. En het demotiveert, zowel de vluchtelingen als onze vrijwilligers. Het Rijk kan zorgen dat er meer tempo gemaakt wordt door de IND, zodat vluchtelingen en wij als gemeente sneller weten waar we aan toe zijn.

4. Wij willen minder gesleep met vluchtelingen dwars door ons land. We hebben gemerkt dat de regels van COA en IND geen rekening houden met indrukwekkende vriendschappen die zijn ontstaan tussen bewoners uit onze gemeente en vluchtelingen. Of met de vriendjes en vriendinnetjes van school. Al deze contacten zorgen voor meer kennis van onze taal, onze waarden en gebruiken. Laten we zorgen dat vluchtelingen zoveel mogelijk in één gemeente kunnen blijven, vanuit de noodopvang naar het AZC. Als gemeente staan we hier machteloos in, het Rijk is –ook nu weer- de enige die dit kan regelen.

5. Wij willen graag dat alle vluchtelingen leefgeld krijgen. Zodat ze boodschappen kunnen doen in onze winkels. Zodat ze een tweedehands fiets kunnen kopen. Zodat ze bijdragen aan onze lokale economie. Nu moeten ze maanden verplicht eten uit een magnetron. Dat kan toch wel wat menselijker? Waarom zouden we als overheid ons moeten bemoeien wat mensen eten? Wij durven te vertrouwen op de eigen verantwoordelijkheid en het initiatief van vluchtelingen. Het Rijk is opnieuw de enige die gaat over de vluchtelingenopvang en dus ook over het leefgeld.

Wij vragen van premier Rutte meer aandacht, betere regels en meer rijksfinanciën voor onze lokale uitdagingen. Een realistische politiek volstaat. Want in onze gemeente zien we dagelijks de realiteit. Gevluchte mannen, vrouwen en kinderen: ze zijn er. Wij staan aan de lat om het voor iedereen in onze gemeente veilig, leefbaar en menselijk te maken. En daar werken we hard aan. Wat zou het goed zijn als dat de komende tijd met meer steun, inzet en leiderschap van onze premier kan.

142 fractievoorzitters uit heel Nederland van ChristenUnie, PvdA, GroenLinks, CDA, SP, D66 en lokale partijen, op initiatief van Pepijn Boekhorst, fractievoorzitter GroenLinks Nijmegen